Ausscheidungen
uitscheiding, afscheiding, uitstoting, uitwerping
uitscheiding, afscheiding, uitstoting, uitwerping
vastgespen, ( met riemen ) vastbinden
verladen, inladen, verzenden
spijbelen, verzuimen
gierst
weggaan, vertrekken, de deur uitgaan
meetlint, centimeter, duimstok
in strijd met de bepalingen
torenvalk
uitgezocht, voortreffelijk