nützlicherer
nuttig, bruikbaar, voordelig
nuttig, bruikbaar, voordelig
voortoveren, voorspiegelen, voorwenden
maagzweer
verheven, majesteitelijk, vol majesteit
spijsvertering
ontkurken
( hierheen ) durven te komen
overstromen, overspoelen
van de morgen, morgen-, ochtend-
blussen