räumten
ruimen
ruimen
schaden, schadelijk zijn, benadelen
kleinzerig, huilerig, flauw
stemmingmakerij
helen, achterhouden, verbergen
( stuk ) scheuren, doorbreken
archimedisch, van Archimedes
vol vertrouwen, vertrouwend, optimistisch
onbegaafd, niet begaafd
catastrofaal, noodlottig, rampzalig