einsatzfreudigste
dynamisch, met inzet
dynamisch, met inzet
royaal, genereus, mild, gul, ruim
aannemen, aanvaarden, accepteren
overvallen, overmannen, overrompelen, aanranden
verzadigd, vol ( daan )
ongewoon, ongebruikelijk, buitengewoon, ongemeen
laag, gering
construeren
( een ) wrok koesteren, wrokken
snuiven, hijgen, briesen, blazen