findet
de weg vinden, geraken
de weg vinden, geraken
zakken, zinken, dalen, hoogte verliezen
( helemaal ) ledigen, leeggieten
hierheen brengen
slank, rank, rijzig
roemrijk, luisterrijk, glorierijk
punten scoren
niet van de ( ze ) tijd, uit de tijd
laaien
hobbyruimte, hobbykamer