Speisesälen
eetzaal, restaurant
eetzaal, restaurant
toegedaan, toegenegen
welvaart, welstand
buur-, van de buren, naburig
kolchoz
triest, treurig, droevig, triestig
kajuit, ( scheeps ) hut
hanteren, gebruiken, bedienen
verrichten, doen, uitvoeren
dromen, mijmeren