Lokals
plaatselijk, lokaal, ter plaatse
plaatselijk, lokaal, ter plaatse
schooi ( er ) en, ( af ) bedelen, klaplopen
gordijn, doek
belangrijkst, voornaamst
onverzadelijk, onverzadigbaar
lekker languit liggen
schrikbeeld
verbinding, aaneenschakeling
verzorgd, goed onderhouden, keurig
loterijbriefje, lo (o) tje