appellierte
een beroep doen, een oproep doen, appelleren
een beroep doen, een oproep doen, appelleren
comprimeren, samenpersen
klavierconcert, pianoconcert
tippelaarster
verontschuldigen, excuseren
onbewoonbaar
aanzienlijk, aanmerkelijk
armoedig, karig ( lijk ), schamel
knuppel, stok
onbetekenend, onbeduidend, onbelangrijk