fahrlässigst
nalatig, onachtzaam, nonchalant
nalatig, onachtzaam, nonchalant
in stukken verdelen, versnipperen
ronding, welving
naar buiten rijden
schilderen, beschrijven
( zich ) haasten, gehaast iets doen
tranen, traanogen
been, poot, ( broeks ) pijp
girorekening
verzoeten, veraangenamen