gehörtest
( be ) horen, toebehoren, zijn van, toekomen
( be ) horen, toebehoren, zijn van, toekomen
uitkijktoren
( aan ) drijfas
toekijken, toezien
schuren, polijsten, smergelen
(consumptie-) ijs
berouwvol, vol wroeging, boetvaardig
verarmen, arm worden
( lange ) plank, scheepsplank, schuttingplank
aanwenden