gesäuselt
suizen, suizelen
suizen, suizelen
glazig, star, wezenloos
geveinsd, beweerd ( elijk ), voorgewend
minderheid
masturberen
wegsluiten, achter slot doen, opbergen
staan, zijn
tembaar, te temmen
ongenoemd, anoniem
solidair, saamhorig, eensgezind