weglegen
wegleggen, wegbergen, opruimen
wegleggen, wegbergen, opruimen
ahorn ( boom ), esdoorn
(t) rillen, beven, sidderen
brommen
vastgeroest, halsstarrig
altruïstisch, onbaatzuchtig, onzelfzuchtig
bedrukken
indrukwekkend, aangrijpend, imponerend
pauken, op de pauken slaan
aftreden, ontslag nemen