notwendig
( volstrekt ) noodzakelijk, vereist, onontbeerlijk
( volstrekt ) noodzakelijk, vereist, onontbeerlijk
averij oplopen
schokken, hobbelen, horten
teugelloos, tomeloos, ongebreideld
nieuw, vernieuwd
vaak, dikwijls
teeltgebied
onoplosbaar
leesbaar, goed te lezen
samenvloeien, samenstromen