vervollständigend
volledig maken, completeren, aanvullen
volledig maken, completeren, aanvullen
bedoeling, voornemen, plan, opzet
voorlopig, provisorisch
functioneel
argwanend, achterdochtig, wantrouwend
wip
wonen
praatziek, babbelziek
onuitwisbaar, onblusbaar
bijverdienste