unwissentliche
onopzettelijk, onbewust, uit onwetendheid
onopzettelijk, onbewust, uit onwetendheid
egocentrisch
met de zweep afranselen
versjacheren
( verend ) opvangen, de schok breken
afslijpen, wegslijpen, gladslijpen
uitfluiten
opruien, ophitsen, opstoken
beëindigen, afmaken, besluiten, voltooien
kalender, almanak, agenda