aufging
opkomen, opgaan, opstijgen, rijzen
opkomen, opgaan, opstijgen, rijzen
licht, niet zwaar, luchtig, lichtjes, lichtelijk
trommelen
banaal
gevangenis, huis van arrest
koppig, stug, weerbarstig, bokkig
deugen, geschikt zijn
geleidend
nazeggen, naspreken, herhalen
onverantwoordelijk, onverantwoord