Sprachraums
taalgebied
taalgebied
aansteker
copuleren, paren
mobiel, verplaatsbaar, beweeglijk
steken, zitten, zijn, zich bevinden
aangenaam in de omgang, gemakkelijk ( in de omgang )
helemaal weg zijn ( van ), verzot raken ( op )
gebruiken, gebruikmaken van
energiek, krachtig, wilskrachtig
ratelen, rammelen