aufschlug
neerstorten, neervallen
neerstorten, neervallen
knutselen, peuteren, dokteren
grof, plomp, zwaar
worm ( stek ) ig
’s nachts, in de nacht
Latijns
zijstraat
afwenden, afkeren
stompzinnig, afgestompt
schouderloos, met blote schouders, met blote rug, strapless