korrekteren
correct, juist, foutloos
correct, juist, foutloos
knippen, klakken
inklaring, uitklaring, visitatie
geloofwaardig, aannemelijk, betrouwbaar
onhandig, links, ontactisch
wegvegen, afvegen, uitwissen
verheffend
verheffing, hoogte
vanzelfsprekend, uiteraard, natuurlijk
doen, verrichten, uitvoeren