unbehelligter
ongehinderd, ongemoeid, ongestoord
ongehinderd, ongemoeid, ongestoord
onderkaak
ziedend van woede, woest
oorspronkelijke tekst, oertekst
van een etiket voorzien, etiketteren
opmaken, afleiden, concluderen
strafbaar
spoken, ( rond ) waren
betreurenswaardig
impopulair, onpopulair