unentwegtest
vastberaden, onverdroten, onverzettelijk, onophoudelijk, ononderbroken
vastberaden, onverdroten, onverzettelijk, onophoudelijk, ononderbroken
sparen, ontzien, verschonen, voorzichtig behandelen
zeggen, verklaren
maatstok, dirigeerstok
animeren, stimuleren
verzadigen
verloskunde, verloskundige hulp
overslaan
schoon, zindelijk, net, zuiver
handzaam, gemakkelijk hanteerbaar