überfällst
overvallen, overmannen, overrompelen, aanranden
overvallen, overmannen, overrompelen, aanranden
verzadigd, vol ( daan )
ongewoon, ongebruikelijk, buitengewoon, ongemeen
laag, gering
construeren
( een ) wrok koesteren, wrokken
snuiven, hijgen, briesen, blazen
zintuig
stempel, zegel, ( ken ) merk, pons
vulkanisch