bepflanzen
beplanten
beplanten
omleiden, omleggen
oplichten, ( plotseling ) beginnen te lichten, opflikkeren, gaan stralen
door zorgen verteerd, triest
anomaal
stilzwijgend, niet uitgesproken
met redenen omkleden, staven, motiveren
dodelijk
mogelijkheid, gelegenheid, kans
touwladder