maultet
mokken, mopperen, pruilen
mokken, mopperen, pruilen
zonnig
banktegoed, banksaldo
kleden, uitrusten
verantwoorden, rechtvaardigen, rekenschap geven van
suf ( fig ), verstrooid, nonchalant, slordig
verbitterd
controleren, aan een controle onderwerpen
wegleggen, wegbergen, opruimen
gevaarlijk