freimütiges
vrijmoedig, openhartig
vrijmoedig, openhartig
ellendig, rot, naar
zacht, week
verleden
vredebreuk
verwijt, vermaning, terechtwijzing
Kamer van Ambachten en Neringen
aaneenhechten, aaneenrijgen, nieten
verzadigd, vol ( daan )
uitkomen, beginnen