schlenderst
slenteren, drentelen, flaneren
slenteren, drentelen, flaneren
( stof ) zuigen
tobben, piekeren, peinzen, prakkeseren
ziekelijk, lijdend
afzuigen, wegzuigen
voorliegen
botsen, in aanvaring komen met
bakplaat, bakblik
comfortabel
wegschuiven, wegduwen