zerfallenerem
uiteenvallen, vervallen, vergaan, verweren
uiteenvallen, vervallen, vergaan, verweren
enigszins wrang, zachtzuur, pittig
betoverd
meedoen, meewerken
begeren, wensen, verlangen
zetel van de regering, residentie
dominicaan, predikheer
slaperig, slaapdronken
dakspaan, dakplankje, schindel
( leden van de ) familie, clan, aanhang