abräumst
afruimen, opruimen, wegruimen, afnemen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
afruimen, opruimen, wegruimen, afnemen
staatslening
ontaarden
geëxponeerd
snor
krantenbericht
accu
licht ( verteerbaar ), gezond, goed bekomend
inhoudelijk juist, de inhoud juist weergevend
zwakke plek, zwak punt