getänzelt
trippelen, ( dansend ) huppelen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
trippelen, ( dansend ) huppelen
afhankelijk, gebonden, veroorzaakt
vertellend, vertellers-
pijnlijk, netelig, onaangenaam
op het stuk van conditie
zeeman
tweestemmig
smaken, monden
meisjesachtig
sleep ( trein )