gutwilliger
gewillig, bereidwillig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gewillig, bereidwillig
afwachten
joggen
nazeggen, naspreken, herhalen
kleven aan, aanwezig zijn in, inherent zijn aan
( zwaar ) drukken, belasten
roemrijk, luisterrijk, glorierijk
doen ( op ) bollen, bol doen staan
pimpelen, tetteren
terechtstellen, executeren