verlierst
verliezen, kwijtraken, achteruitgaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
verliezen, kwijtraken, achteruitgaan
een land inreizen
verzamelen, bijeenbrengen, ( bijeen ) zoeken, vergaren, opdoen
successief, geleidelijk
stom, idioot, rot-
( stil ) lijden
fluoresceren
hardleers, niet voor rede vatbaar
zeker, bepaald
schaakspel