Befürchtens
vrezen, duchten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vrezen, duchten
uitrusten, voorzien
het tempo opvoeren, gas geven
honen, bespotten, belachelijk maken
proletariseren
napraten, nazeggen
heer, man, meneer
detoneren, ontploffen
vierhandig, voor vier handen
naar het schijnt, waarschijnlijk, vermoedelijk