nachweisbarem
bewijsbaar, aantoonbaar
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
bewijsbaar, aantoonbaar
( zachtjes ) toewaaien
onecht
ophopen, opstapelen
tactvol, met veel tact
vastschroeven
(t) rillen, beven, sidderen
verzekeren, betuigen
intelligent, ingenieus, diepzinnig
peinzen, ( na ) denken, zinnen