sparsameres
spaarzaam, zuinig, economisch, schaars
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
spaarzaam, zuinig, economisch, schaars
een voorgevoel hebben van, voorvoelen
vruchtbaar, ( veel ) vrucht voortbrengend
bedriegen, spieken, vals spelen
grapjes maken, spotten
aambei ( en ), hemorroïden
omroepen
aanleiding, reden, oorzaak
tricotage, tricotgoed
lexicaal