kürzten
korten, inkorten, verkorten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
korten, inkorten, verkorten
bevallig, bekoorlijk
moeilijk, lastig, ingewikkeld, zwaar
wandelstok
fabricagefout
overwinteren
geluksvogel
geweldig, enorm, kolossaal, ontzettend, vreselijk
inzenden, opsturen
geestesgeschiedenis