Musizierens
muziek maken, musiceren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
muziek maken, musiceren
successief, geleidelijk
opscheppen, snoeven
( door handel ) verkrijgen
een afwijzend teken maken
modderig, slijkerig
zielsblij
respectloos, zonder ( enig ) respect
het veroorzaken, initiatief, aanstichting, daderschap
welverdiend, ten volle verdiend