einkaufte
inkopen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
inkopen
schakel, verbindend element
omringen
liefkozen, aanhalen, knuffelen
snakken naar
boosaardig, kwaadaardig
sla, salade, slaatje
rondtrekken, rondzwerven
plagen, kwellen
vóór zijn, eerder zijn dan