Statthaltern
stadhouder, landvoogd, plaatsvervanger
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
stadhouder, landvoogd, plaatsvervanger
( nog ) te overzien, overzienbaar, overzichtelijk
jawoord
omplanten, rondom beplanten
volgen, achternagaan
sijpelen, wegzakken, doorlekken, druppelen
oppoetsen, ( op ) polijsten
pathetisch
zich vertellen, verkeerd tellen, mistellen
consumptiegoed, verbruiksgoed