vergolten
vergelden, goedmaken, vergoeden
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vergelden, goedmaken, vergoeden
uithalen, de arm uitstrekken
ontbreken, mankeren, missen
zacht, zachtzinnig, zachtjes
extravagant, buitensporig
kaap
overslagplaats, overlaadplaats
grote ogen opzetten
parasitisch, woekerend
zedeloos, losbandig, amoreel