nutzbarem
nuttig, bruikbaar, vruchtbaar
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
nuttig, bruikbaar, vruchtbaar
verscheuren, aan stukken scheuren
( des ) betreffend, daarop betrekking hebbend
dronken, uitzinnig, uitbundig
vol leemten, onvolledig, gebrekkig
energiezuinig, energie-efficiënt
gans, gansje, wicht
meeroever
officier
goudeerlijk, doodeerlijk, door en door eerlijk