Bereitstellens
klaarzetten, gereedzetten
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
klaarzetten, gereedzetten
ramp, onheil
( ver ) minderen, geringer maken, verlagen
in toorn ontstoken
communicatiemedium, communicatiemiddel
bilateraal
kinderrijk
ongevaarlijk
slaapkop
terugverlangen