nutzlosestes
nutteloos, zonder nut, onnut, vruchteloos, ( te ) vergeefs
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
nutteloos, zonder nut, onnut, vruchteloos, ( te ) vergeefs
nalatig, onachtzaam, nonchalant
tevreden
onrendabel
begrijpelijk
geloven, menen, denken, aannemen
voorkomend, hulpvaardig, attent
paniek, schrik en verwarring
slim, leep, sluw
overvaren, oversteken