erfassend
grijpen, aanrijden, scheppen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
grijpen, aanrijden, scheppen
( om ) kiepen, kantelen, dompen, vallen
onhandig, lomp, onnozel
bloeien
telegraafkantoor
misplaatst, ongepast
Afghaans
aanvechtbaar, betwistbaar
garve, schoof
aankondigen, bekendmaken