trotzen
koppig zijn, mokken, ( gaan ) dwarsliggen
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
koppig zijn, mokken, ( gaan ) dwarsliggen
verkiesbaar
omplanten, rondom beplanten
ertoe ( be ) horen
opstaan, in opstand komen, zich verzetten
adelen, in de adelstand verheffen
voorlopig, tijdelijk
ondoorgrondelijk, onnaspeurlijk
immigreren
vreten, ( gulzig ) eten