festfahrt
vastrijden, vastvaren, vastlopen, blijven steken
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vastrijden, vastvaren, vastlopen, blijven steken
ondertekenen, tekenen
thuisclub, gastheren
tropisch instituut
vrachtbrief
omstandigheid
breken, slaan
naar binnen dragen
vervliegen, de geur verliezen
kasplant