kleidsamerem
gekleed, goed kledend
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
gekleed, goed kledend
vijandbeeld
aanval, offensief
stoned zijn
pachten, in pacht hebben
onweegbaarheid, onzekerheid, risico ( ’s ), imponderabilia
in acht nemen, opvolgen, zich houden aan, nakomen
net
schuren, polijsten, smergelen
positivistisch