vollwertigen
volwaardig
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
volwaardig
passend, gepast, opportuun, zinvol, op zijn plaats
omruil ( ing ), omwisseling, ruil
( onderweg ) instappen
baanwachter, overwegwachter
kookecht, bestand tegen koken
vorstelijk, van een vorst
knorren, grommen, brommen
verwoesten, vernietigen, vernielen, de grond in boren, ruïneren
immens, onmetelijk, ontzaglijk