stanztest
stansen, ponsen, uitslaan
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
stansen, ponsen, uitslaan
onderontwikkeld, achtergebleven
treffen, raak zijn, raken
vooruitziend
amortiseren, delgen, aflossen
toonloos, zonder toon
moe worden, vermoeid raken
bagagenet
verfilmen, een film maken van
( bloem ) bed, perk