vertäuend
vastleggen, vastmeren
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
vastleggen, vastmeren
toeslaan, dichtslaan
grappig, lollig
ontlopen, weglopen
uitbroeden, bedenken, verzinnen
waarzegger
ongeschikt, ondeugdelijk, onbruikbaar
groenblijvend
competent, deskundig
voorbeeldig, onberispelijk