Beulen
buil, deuk
Nederlandstalige uitleg voor Duitse woorden.
buil, deuk
vlaggen, de vlag uitsteken
sanctioneren, sanctie verlenen aan, bekrachtigen
( zit ) plaats aan het raam
onopvallend weggaan
seinen, doorgeven, duidelijk maken, te verstaan geven
stoken
onanie, zelfbevrediging
dapperheid, moed
staart, sliert, staartje